Zelfvertrouwen is geen eigenschap die je hebt of niet hebt. Het groeit. Maar niet door complimenten of positief denken. Hoe dan wel?
Wat zelfvertrouwen eigenlijk is
Zelfvertrouwen is het gevoel dat je iets aankunt. Niet dat je overal goed in bent, maar dat je vertrouwt op je eigen vermogen om met moeilijke situaties om te gaan. Dat is iets anders dan zelfingenomenheid. Het is een rustig, stabiel gevoel van: dit kan ik aan, ook als het niet meteen lukt.
Mensen verwarren zelfvertrouwen soms met het gevoel van zekerheid. Maar wie met zelfvertrouwen werkt of studeert, is niet per se zeker van de uitkomst. Ze zijn zeker van zichzelf in het proces.
Waarom complimenten het niet oplossen
Als je weinig zelfvertrouwen hebt, helpen complimenten maar korte tijd. Ze werken van buiten naar binnen. Maar zelfvertrouwen moet van binnen groeien. Een compliment gelooft een stem die ervan overtuigd is dat je niet goed genoeg bent niet zomaar.
Dat maakt positief denken ook maar een tijdelijke oplossing. Je kunt jezelf wel voorhouden dat je goed bent, maar als je er geen echte ervaringen tegenover hebt staan, houdt het niet lang stand.
Hoe het echt groeit
Zelfvertrouwen groeit door kleine, echte ervaringen: dingen doen die je spannend vindt en ontdekken dat het lukt. Niet in één grote stap, maar in kleine. Je hoeft niet te beginnen bij het moeilijkste. Je begint bij iets wat net buiten je comfortzone zit, maar haalbaar is. Dan opnieuw. Dan opnieuw.
Die herhaalde ervaring van "ik deed het en het ging" is wat het gevoel langzaam opbouwt. Niet de lof van anderen, maar je eigen bewijs dat je het kunt.
Zelfkennis helpt mee
Als je weet wat je goed kunt en wat je drijft, is zelfvertrouwen makkelijker te bouwen. Je weet dan waar je kracht zit, ook als je het zelf soms niet voelt. Zelfkennis en zelfvertrouwen versterken elkaar. Het een groeit sneller als het ander er ook aandacht voor krijgt.
De rol van falen
Wie zelfvertrouwen wil opbouwen, zal ook moeten leren omgaan met dingen die niet lukken. Niet als bewijs dat je het niet kunt, maar als onderdeel van het leerproces. Dat klinkt als een cliché, maar het is een vaardigheid. En het is één die veel mensen nooit echt hebben geoefend.
Mensen met weinig zelfvertrouwen interpreteren een mislukking bijna automatisch als bevestiging van hun twijfels: zie je wel. Mensen met meer zelfvertrouwen denken: dit keer niet, de volgende keer anders. Die andere manier van kijken is niet aangeboren. Je kunt het leren. Het begint met bewustzijn van wat je jezelf vertelt als iets tegenvalt.
Zelfvertrouwen in een nieuwe omgeving
Een nieuwe baan, een nieuwe studie, een nieuwe rol: dat zijn momenten waarop zelfvertrouwen extra op de proef wordt gesteld. Je weet nog niet hoe de dingen hier gaan. Je bent nog niet bewezen. En daardoor voel je je snel kleiner dan je bent.
Dat is normaal. Maar het helpt om te weten dat dit tijdelijk is. Zelfvertrouwen in een nieuwe context vraagt tijd, niet talent. Naarmate je meer ervaringen opbouwt die goed gaan, herstelt het vanzelf. De fout die veel mensen maken, is om in die beginfase al conclusies te trekken over wie ze zijn. Die conclusies kloppen dan nog niet.
Vergelijken werkt averechts
Zelfvertrouwen krimpt snel als je het meet aan anderen. Je ziet dan altijd iemand die verder is, beter is, meer heeft bereikt. Maar je kijkt altijd naar de buitenkant van iemand anders en vergelijkt die met jouw binnenkant. Dat is een ongelijke vergelijking die nooit in jouw voordeel uitpakt.
De enige zinvolle vergelijking is die met jezelf: ben je verder dan een jaar geleden? Reageer je anders op situaties die je vroeger blokkeerden? Dat zijn de vragen die je echt iets vertellen over groei. En die groei is het enige wat telt bij het opbouwen van echt zelfvertrouwen.
Wil je werken aan meer vertrouwen in jezelf bij studie of werk? In een gratis kennismakingsgesprek kijk ik samen met jou naar wat er speelt en of persoonlijke begeleiding daarbij past.