Veel jongeren komen bij me met dezelfde zin: "Ik vind alles interessant, dat is juist het probleem." Ze denken dat er iets mis met ze is. Dat klopt niet. Maar de brede interesse helpt ze ook niet verder.

Interesse zegt iets, maar niet genoeg

Je kunt interesse hebben in psychologie, architectuur en geschiedenis tegelijk. Dat zegt dat je nieuwsgierig bent. Meer niet. Het zegt niets over wat je goed kunt, wat je energie geeft of welke werkomgeving bij je past.

Wie alleen op interesses stuurt, kiest op basis van wat nu boeit, niet op basis van wie hij of zij werkelijk is. Dat onderscheid klinkt subtiel, maar het maakt een groot verschil.

Kijk naar energie, niet alleen naar interesse

Er is een verschil tussen iets interessant vinden en er energie van krijgen. Lees je een boek over gedrag en vergeet je de tijd? Of vind je het boeiend, maar ben je er na een uur mee klaar? Praat je over een onderwerp en wil je door, of voel je je voldaan als het gesprek klaar is?

Ik merk in gesprekken dat dit onderscheid voor veel mensen iets losmaakt. Ze hadden het gevoel nooit zo benoemd.

Talenten zijn de dingen die je als vanzelf goed afgaan en die je opladen in plaats van leegmaken. Ze zijn er al lang, ook als je ze nooit zo hebt benoemd.

Wat doe je zonder dat iemand het je vraagt?

Wat doe je in je vrije tijd, als er geen beoordeling aan zit? Organiseer je spontaan dingen voor anderen? Verdiep je je altijd verder dan gevraagd? Zoek je verbanden tussen losse dingen?

Dat gedrag vertelt meer dan welke studiegids dan ook.

Welke omgeving past bij je?

Een studie is niet alleen een inhoud. Het is ook een manier van werken, een type omgeving, een cultuur. De een floreert in een analytische setting met veel structuur. De ander heeft ruimte nodig om te creƫren. Weer een ander wil werken met mensen en snel zien wat het effect is.

Als je die context niet meeneemt, kun je een studie kiezen die inhoudelijk boeit maar waar je je om andere redenen nooit thuis voelt. Dat is zonde van de jaren.

Het antwoord zit al in je

De studiekeuze is zelden iets wat je moet uitvinden. Het is iets wat je terugvindt als je goed genoeg kijkt naar wie je al bent.

Dat vraagt soms een ander soort gesprek dan je tot nu toe hebt gevoerd.

Waarom "volg je passie" je niet helpt

Het advies "volg je passie" klinkt bevrijdend maar is voor veel mensen verwarrend. Want wat als je geen duidelijke passie hebt? Wat als je meerdere dingen tegelijk boeiend vindt? En wat als je passie iets is waar je niet gemakkelijk een beroep van kunt maken?

Passie is ook geen stabiele basis. Wat je nu met enthousiasme volgt, kan over drie jaar anders zijn. En passie voor een onderwerp betekent niet automatisch dat je het werk dat erbij hoort ook prettig vindt. Iemand die gepassioneerd is over muziek, hoeft dat niet te zijn over het uitoefenen van toonladders acht uur per dag.

Een betere vraag dan "waar ben ik gepassioneerd over?" is: "in welke situaties voel ik me het meest mezelf?" Die vraag brengt je dichter bij iets echts dan welke passietest dan ook.

Van brede interesse naar een keuze

Als je veel interesses hebt, is het verleidelijk om een studie te kiezen die zo breed mogelijk is: communicatie, liberal arts, interdisciplinaire programma's. Dat kan kloppen, maar het kan ook uitstel zijn. Een brede studie oplost de keuze niet, hij verplaatst hem.

Een andere benadering is om te kijken naar welk soort werk je wilt doen, en van daaruit terug te redeneren naar een studie. Wil je onderzoek doen? Mensen helpen? Iets bouwen? Een bedrijf runnen? Die vraag is concreter dan "wat boeit me?" en leidt sneller tot een richting.

Je hoeft bij die vraag geen zekerheid te hebben. Het gaat om de richting die nu het meest aanvoelt, niet om een definitief levensdoel dat je voor de rest van je leven volgt. Een studiekeuze is een vertrekpunt, geen vonnis.

Terugkijken op energiemomenten

Een oefening die ik regelmatig doe in gesprekken: terugkijken op momenten waarop je volledig opgegaan bent in iets. Niet omdat het moest, maar omdat het je meezoog. Op school, thuis, in sportverband, bij een baan of bijbaan. Wat deed je precies? Wat was het aan die situatie dat werkte?

Die momenten zijn data. Ze vertellen iets over hoe jij van nature functioneert, wat je aanspreekt, welk soort uitdaging je energie geeft. Als je die momenten naast elkaar legt, ontstaan er patronen. Die patronen zijn waardevoller dan een score op een interesse-test.

Soms zijn de momenten verrassend: niet altijd de dingen die je bewust als "interessant" bestempelt, maar dingen die je gewoon deed zonder er veel bij na te denken. Juist die vanzelfsprekendheid is een aanwijzing.

Kiezen voelt als iets opgeven

Een van de redenen waarom kiezen moeilijk is als je brede interesses hebt, is dat elke keuze betekent dat je andere opties loslaat. Dat voelt als verlies. En als je een tiener of jongvolwassene bent, voelt dat verlies extra zwaar, omdat je weet dat je pas aan het begin staat.

Maar niet kiezen is ook een keuze. En het heeft consequenties: je blijft hangen, je verliest tijd, je mist de verdieping die alleen komt als je ergens echt voor gaat. Je kunt niet tegelijk overal zijn.

Een manier om met dat verliesgevoel om te gaan is om je te realiseren dat een studiekeuze geen levenslange verbintenis is. Veel mensen doen werk dat niet direct aansluit bij hun studie. Anderen ontwikkelen brede interesses juist door te kiezen en te verdiepen. En bijna iedereen die ooit een stap heeft gezet, is blij dat ze het hebben gedaan, ook als het niet perfect was.

De rol van angst bij studiekeuze

Brede interesses zijn niet altijd het echte probleem. Soms is het uitstelgedrag vermomd als openheid. Soms zit er achter "ik weet het nog niet" een angst: de angst voor de verkeerde keuze, voor teleurstelling, voor het oordeel van anderen, voor het gevoel dat je jezelf vastlegt.

Dat is eerlijk en begrijpelijk. Maar angst is een slechte raadgever bij studiekeuze. Hij beweegt je naar veiligheid, niet naar wat bij je past. En veiligheid is zelden de route naar werk dat je echt voldoening geeft.

Als je merkt dat je uitstelt, nul op het rekest krijgt van jezelf bij het denken over keuzes, of steeds teruggrijpt op "ik weet het nog niet", dan is het zinvol om te onderzoeken wat er achter die terughoudendheid zit. Dat is een ander gesprek dan "wat vind ik interessant?"

Wanneer begeleiding helpt

Soms kom je er niet uit op eigen kracht, hoe eerlijk je ook naar jezelf kijkt. Dat is niet zwak, het is normaal. Zelfkennis ontwikkelt zich in gesprek, niet alleen in je hoofd. Een buitenstaander ziet dingen die jijzelf niet ziet: patronen, kwaliteiten, aannames die je beperkingen oplegt die er niet hoeven te zijn.

In studiekeuzecoaching help ik jongeren niet door hen een lijst met passende studies te geven. Ik help ze door de juiste vragen te stellen: over wie ze zijn, wat ze van nature doen, wat hen in beweging brengt. Van daaruit wordt de keuze concreter, eerlijker en stabieler dan welke test of ranglijst ook oplevert.

Sta jij voor een studiekeuze en weet je nog niet goed welke richting bij je past? In een gratis kennismakingsgesprek kijk ik samen met jou naar wat er speelt en of begeleiding bij je studiekeuze daarbij past.