"Ik wil zinvol werk." Veel mensen horen zichzelf dat zeggen. Maar zinvol is geen eigenschap van het werk zelf. Het is een relatie tussen wat je doet en wie je bent. En die relatie werkt anders dan de meeste mensen denken.

Betekenis zit niet in succes

We leven in een samenleving waarin werk steeds meer is gaan draaien om presteren, concurreren en succesvol zijn. Loopbaanadviseur en onderzoeker Heidi Jansen noemt dit het succesvertoog: het leidende verhaal waarin je pas meetelt als je ambitieus de carrièreladder beklimt, veel verdient en voortdurend groeit. Dat verhaal stuurt ons gedrag, maar heeft een prijs. Het maakt werken niet leuker, en voor velen wordt het onmogelijk om mee te doen.

De sector bepaalt betekenis niet. Een schoonmaker in een dierentuin die bijdraagt aan dierenwelzijn ervaart zijn werk als uiterst zinvol. Een hoogvlieger in een prestigieuze baan kan zich leeg voelen. Wat het verschil maakt, is of het werk aansluit bij wat jij belangrijk vindt.

Drie principes van zingeving

Jansen onderscheidt drie manieren waarop mensen zin ervaren in hun werk: plezier, voldoening en betekenis.

Plezier gaat over het genieten van dingen in het moment: de goede sfeer met collega's, een interessant gesprek, het werk dat je energie geeft. Voldoening is het gevoel dat ontstaat als je een klus hebt geklaard, een doel hebt bereikt of iets hebt opgebouwd. Het kan zwaar zijn onderweg, maar de zin komt aan het einde. Betekenis is de wetenschap dat je van waarde bent voor iets of iemand buiten jezelf. Mensen blijken dit als eerste te noemen als je hun vraagt naar de zin van hun leven. Het gaat om iets buiten jezelf waar je tijd en moeite in steekt.

Wie structureel geen van deze drie raakt in zijn werk, merkt dat vroeg of laat. Niet als een plotseling inzicht, maar als een sluipend gevoel van leegte.

Vier pijlers van betekenis

Naast haar eigen driedeling bespreekt Jansen de vier pijlers van betekenis die onderzoekster Emily Esfahani Smith beschrijft, en die ze terugvindt in gesprekken met mensen én bij verschillende filosofen.

De eerste pijler is ergens bij horen: de behoefte aan een kring van mensen die jou zien, erkennen en begrijpen. Werk speelt hierin een cruciale rol. Een leidinggevende die oprecht geïnteresseerd in je is, betekent meer voor je gevoel van zin dan een hoger salaris.

De tweede pijler is een doel hebben: bijdragen aan iets dat groter is dan jezelf. Dat hoeft niet groots of bijzonders te zijn. Als je ervaart dat je door je werk anderen helpt — of je nu caissière, timmerman, verzorgende of hoogleraar bent — dan ervaar je zin. Dit geldt ook voor onbetaald werk.

De derde pijler is verhalen vertellen: het kunnen maken van een samenhangend verhaal over je eigen leven. Werk dat past in jouw levensverhaal, waar je trots op bent, voegt iets toe aan je gevoel van zin.

De vierde pijler is transcendentie: opgaan in iets dat groter is dan jezelf, een gevoel van ontzag bij iets moois of groots. In werk kan dat het moment zijn waarop je volledig opgaat in wat je doet, of een gesprek waarbij er iets verschuift.

Geborgenheid als voorwaarde

Een voorwaarde die vaak over het hoofd wordt gezien, is geborgenheid. Volgens Jansen (2021) is een bepaalde mate van veiligheid en continuïteit noodzakelijk om überhaupt zin te kunnen ervaren. Werk gaf mensen lange tijd die geborgenheid: structuur, identiteit, bestaanszekerheid en een plek om bij te horen. Door de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt, meer tijdelijke contracten, voortdurende reorganisaties, de druk om jezelf steeds opnieuw te bewijzen , wordt die geborgenheid steeds verder aangetast. Dat ondermijnt het gevoel van zin, ook voor mensen die op papier succesvol zijn.

Zin maken we samen

Betekenis is geen individuele prestatie. Jansen (2021) benadrukt dat zingeving altijd tot stand komt in sociale verbanden. We bepalen samen wat zinvol is, wat goed is, wat het leven de moeite waard maakt. Wie bijdraagt aan iets gemeenschappelijks, wie merkt dat zijn werk anderen helpt, wie werkt in een omgeving waar mensen oprecht betrokken zijn: die persoon vindt veel sneller betekenis, ook als het werk zelf niet uitzonderlijk is.

Omgeving is daarmee een onderschatte factor. Je kunt hetzelfde werk doen in twee verschillende teams en het volledig anders ervaren. De verbinding en de cultuur bepalen mede of het aanvoelt als iets wat ertoe doet.

De keerzijde van de zoektocht naar zinvol werk

Er is ook een keerzijde. De verwachting dat werk altijd zinvol moet zijn, kan zelf een bron van frustratie worden. Jansen (2021) is kritisch op de manier waarop coaching en loopbaanadvies mensen jarenlang hebben aangespoord om hun passie te volgen en het beste uit zichzelf te halen. Die boodschap klinkt inspirerend, maar versterkt volgens haar het succesvertoog: het idee dat je succes en geluk volledig in eigen hand hebt. Wie dat niet lukt, voelt zich een mislukking.

Elk werk heeft ook routinetaken, verplichtingen en saaie periodes. Het gaat erom dat er genoeg momenten zijn waarop het klopt. Niet een constante staat van zingeving, maar een betrouwbaar gevoel dat wat je doet ertoe doet.

Van succes naar betekenis

Als je merkt dat het gevoel van betekenis ontbreekt, is de eerste stap eerlijkheid. Niet over wat je zou moeten voelen, maar over wat er werkelijk speelt. Jansen stelt voor de klassieke loopbaanvragen - wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik - uit te breiden met twee nieuwe vragen: waar kan ik van betekenis zijn? en wat kan ik bijdragen? Daarmee verschuift de aandacht van jezelf naar je verbinding met de wereld om je heen.

Dat is misschien wel de kern van zinvol werk. Niet de jacht op succes, maar de zoektocht naar betekenis.

Bronvermelding

Jansen, H. (2017, tweede druk 2021). Werk en zingeving: van succes naar betekenis. Uitgeverij Bries, Groningen. Esfahani Smith, E. (2017). De kracht van betekenis. Hoe zin te geven aan je leven. Ten Have, Utrecht. (Besproken in: Jansen, 2017, pp. 132–135.)

Wil je helderheid over wat jou energie geeft in je werk? In een gratis kennismakingsgesprek kijk ik samen met jou naar wat er speelt en of loopbaancoaching daarbij past.